Drie dagen alleen van wildpluk leven – deel 1

Drie dagen alleen van wildpluk leven – deel 1

In September deed ik een ‘Taste the trail’ avontuur met beroepsavonturier Erwin. Erwin die zonder kaart naar de Mont Blanc fiets, midden in de winter skate van het meest oostelijke naar het meest westelijke plekje in Nederland (450 km) zonder te kunnen skaten en mét een backpack op z’n rug. Of samen met Henk 160 km met een karretje over het strand loopt.
Kortom: een goede reisgenoot om een ’Taste the trail’ avontuur mee aan te gaan: drie dagen in Duitsland (Eiffel) hiken, wildkamperen én alleen eten wat de natuur op dat moment te bieden heeft. Met een backpack op onze rug waarin geen eten te vinden is.
Vandaag deel 1: appels, kou, emoties en wildkamperen
De voorbereidingen kun je hier lezen.

appels

We speuren het landschap af naar vruchten, noten en paddenstoelen. Helaas wandelen we net tussen twee seizoenen in. De sporen van de overvloedige zomer zijn volop aanwezig: bosbessen, bosaardbeien, frambozen en bramen, zonder vruchten. In de bomen hangen de onrijpe hazelnoten, walnoten en beukenootjes ons verleidelijk aan te staren. Wat overblijft: appels. Véél appels.
Ook zijn er hier en daar nog wat bramen, plukken we vlierbessen, eten we springbalsemien zaden en vinden we veel boleten (paddenstoelen)
Warmte en vulling zijn deze drie dagen de belangrijkste eigenschappen van een goed maal.

Gemiddeld wandelen we op een dag 15 kilometer, normaal gesproken doe ik dit met gemak, dit keer doen we over zo’n stukkie de hele dag. De redenen? 15 km bagage op je rug, nauwelijks eten in je maag, veel stijgen en dalen en we stoppen onderweg vaak om bramen te plukken of te filmen voor Erwin zijn documentaire.
We verbruiken veel calorieën (minstens 1000) waardoor calorierijk voedsel belangrijk wordt. Leuk zo’n instagram-waardige wilde salade met bloemen, maar zo’n salade kost veel calorieën om te verzamelen en levert weinig energie op.

Doordat we eten nodig hebben vervagen de grenzen en staan we opeens druiven te ‘wildplukken’ die eigenlijk toebehoren aan een cafeetje, plukken we maggikruid en peterselie bij een kruidenbak van een restaurant en rapen we op de grond gevallen appels bij iemand in de tuin.


Dag 1:
– 7 Super zoete, zachte rozebottels als snack
– Hand vol bramen
– 2 hazelnoten (jaja)
– Een paar springbalsemien zaadjes
– Brandnetel/boleten soep met veldkers
– Appelmoes van zeer zure, kleine appeltjes
– Rozebottel/wilde munt thee

Dag 2:
– Rozebottel/dennennaalden/wilde munt thee
– 2 trosjes druiven
– Hand vol bramen
– 3 appels
– Springbalsemien zaden en bloemen
– Boleten/brandnetel/veldkers/maggikruid/peterselie soep

Dag 3:
– Vlierbes/appelmoes van 2 appels
– 5 appels
– Springbalsemien zaden en bloemen
– Thee van klaverzuring, vlierbes en wilgenroosje bloemen

+ ’s avonds een feestmaal van vega schnitzel, aardappelkroketjes en salade haha

kou

De kou is een probleem, overdag dragen we 2-3 lagen kleding, in de nacht bibberen we de tent uit. Vooral in de eerste nacht zie ik het echt niet meer zitten.

Ten eerste is mijn tentje zo klein dat ik er niet rechtop in kan zitten zonder een douche te krijgen van de condens op de zijkanten van het tentdoek.
Overigens geldt dit ook voor de slaapzak, die elk uur natter en natter wordt.

De tent die uit één zeil bestaat laat de wind goed door, in combinatie met die natte slaapzak probeer ik alle lichaamsdelen zo goed als mogelijk binnenboord te houden en pak ik me zo dik mogelijk in.

Elk kwartier word ik wakker met een veel te snelle hartslag, keer ik me om en doe ik nog maar een keer een body-scan-meditatie. Als ik dan ein-de-lijk slaap schreeuwt m’n blaas om aandacht. De tranen zijn onderweg en in mijn hoofd verzamelen zich allemaal oplossingen zodat ik dit niet nog een nacht hoef te ervaren. (stoppen, een bed & breakfast, die suikerwafel die in Erwin’s tas zit opeten, het avontuur 1 dag inkorten)

Achteraf blijkt deze nacht gelukkig voor mij niet de standaard te zijn. Alleen Erwin maakt de volgende dag precies zo’n zelfde nacht mee.

emoties

Van te voren zijn we bang dat de honger het slechtste in ons naar boven gaat halen. Maar eigenlijk is ons humeur behoorlijk goed, al doen we alleen in het begin vreugdedansjes als we een appelboom vinden, na verloop van tijd reageren we steeds neutraler: o-alweer-appels.

wildkamoeren

Op dag 0 slapen we bij ons couchsurf adres, Ploni, die gastdocent was tijdens mijn permacultuur opleiding, haalt ons op met haar krakende autootje en neemt ons mee naar wijndomein Holset waar we slapen in een prachtig zelf gerestaureerd huis met lemen muren, een houtkachel en honderden boeken over permacultuur/planten/natuurlijk leven. Goed begin!

Op de eerste dag zoeken we rond zes uur naar een wildkampeerplek. Al gauw zien we een schuurtje, die helaas helemaal ondergelopen met water blijkt te zijn. Achter het schuurtje kun je een eind doorlopen en kom je in een geheim stukje bos, perfect voor onze tentjes!

Op onze wandelkaart staan hutjes getekend, dit zijn overdekte houten hutjes waar je in kunt schuilen als het regent. Op dag twee gaan we kijken of we in de buurt van zo’n huisje kunnen wildkamperen, dan hebben we meteen een overdekte kookplek. We zoeken er een uit naast een rivier, zodat Erwin eventueel ook nog kan vissen.

Rond vijf uur lopen we op de perfecte wildkampeerplek af: een rivier met stukje bos, twee rechte tent-plekken, een picknicktafel én houten huisje. Alleen de rivier blijkt veel te woest om te vissen, blijven die vissen lekker leven.

De woeste rivier blijkt meditatief te werken en wakker worden middenin de bossen geeft veel energie!

Dag drie, onze laatste dag en het succes wordt gevierd met een restaurantje. Hierdoor kakken we zo in dat ik totaal geen zin meer heb om te wildkamperen en al bijna een comfortabel hotelletje heb geboekt. Gelukkig praat Erwin het uit m’n hoofd waardoor we na het eten teruglopen naar een houten huisje die we op de heenweg al hadden gespot. Yes! Niet slapen in mijn inie-mini tentje maar in de buitenlucht! Ik bereid me goed voor op de kou: sokken, pyjamabroek, vest met capuchon, muts, nooddeken om m’n lichaam, slaapzak en hierover heen weer een tarp. In combinatie met een goedgevulde maag slaap ik heerlijk en warm!

Wildkampeer tips:
– Als je je tent rond schemering opzet en bij zonsopgang weer afbreekt is er niemand die weet dat je hebt gewildkampeerd.
– Zet je tentje op een plek waar een auto niet kan komen, in Nederland rijden de boswachters vaak midden in de nacht een rondje bos.
– Verken de buurt waar je je tentje op wilt zetten. Zijn er wegen in de buurt? Sporen van mensen?
– Kies een recht stukje grond uit om je tent op te zetten, anders rol je midden in de nacht naar beneden. En maak de grond vrij van dennenappels, stenen en takken.

Deel twee

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: